Dagen in Berlijn 17: Trotz

DSC05158

Tomtom kent geen ‘Bork am See’. We zijn juist vanuit Prenzlauer Berg naar Charlottenburg gereden om er Anette Daugardt op te pikken, wier voorstelling Trotz we gaan bekijken in, nou ja, in Bork am See, zo heb ik begrepen. Het ligt in de buurt van Kyritz an der Knatter, legt A. uit, een plaatsnaam waarbij ik spontaan in de lach schiet. ‘Kyritz an der Knatter’ is bijna een staande uitdrukking in het Duits, zo verneem ik, en het heeft iets met ‘Spießbürgertum’ van doen. De naam is in ieder geval spottend bedoeld.

Heut’ ist Karneval in Kyritz an der Knatter / da ist Stimmung, ja da wackelt das Lokal / Heut’ ist Karneval in Kyritz an der Knatter / euer Ernst grüsst euch zum allerletzten Mal, zo vind ik op YouTube. Ik word daar nooit heel erg vrolijk van, maar dat is omdat ik niet voldoende katholiek misvormd ben om één keer per jaar een aantal dagen met een onderbroek op mijn hoofd de polonaise te willen lopen.

Hoe dan ook, we verlaten Berlijn voor een dag om ergens in Brandenburg een voorstelling bij te wonen. Aangezien A. niet werkelijk vervoer had, aankeek tegen een gecompliceerde reis met de trein, mogelijk nog een bus en een taxi, en aangezien wij — ik en vrouw en dochter (die sinds een kleine week hier in Berlijn zijn geariveerd) — haar voorstelling nog niet hadden gezien, kwam het goed uit om gevieren de wildernis in te trekken, op naar een plek die Tomtom blijkbaar niet kende. Maar het apparaat vindt Kyritz wél — een kleine honderd kilometer verderop.

Het is niet de eerste keer dat we Berlijn verlaten om in de Brandenburgse brousse een culturele gebeurtenis bij te wonen. Een paar jaar geleden gingen we met A’s partner, Uwe Neumann en de gitarist Georg Kempa mee naar Quitzöbel om er te luisteren naar een programma dat beiden hadden gemaakt rond teksten van Goethe, Schiller, Heine en nog andere Duitse grootheden — Flamenco trifft Schiller heette dat. Ik ben Quitzöbel nooit vergeten. Het was er muisstil. Nergens een snelweg in de verte, geen overvliegende vliegtuigen, zelfs geen landbouwvoertuigen — alleen vogels, het gezoem van insecten, en wat later krakende takken en een ree die over de weg schoot, vrijwel onmiddellijk achtervolgd door onze hond.

We hebben nu geen hond bij ons als we uiteindelijk het vlekje Bork vinden, en het ‘Haus am see’ waar ’s avonds in een open schuur de voorstelling zal plaatsvinden. Eén en ander is georganiseerd door Doris Engel, die normaliter mede de Bad Hersfelder Festspiele organiseert, maar nu, als ik het goed begrepen heb, min of meer toevallig door corona vast kwam te zitten in haar zomerhuis in Bork en besloot om bij de eerste tekenen van de versoepeling van de maatregelen daar dan maar iets op touw te zetten.

Mensen snakken naar cultuur, zo blijkt. Ik schat dat er deze avond zo’n twintig tot dertig mensen op zijn komen dagen (meer kon en mocht ook niet; daarmee zit de schuur ‘vol’), en iedereen zegt nadien hoezeer men avonden als deze — hoezeer men concerten, toneelopvoeringen enzovoorts gemist heeft. Dat A. het als actrice gemist heeft, spreekt wel vanzelf. Na maanden gedwongen werkloosheid, kan ze eindelijk weer op de planken staan.

Trotz is een tragi-komisch theaterstuk waarin teksten van Lucia Berlin, Charles Bukowski en Karl Valentin tot een geheel zijn gesmeed. Ik moet bekennen dat ik noch Lucia Berlin, noch Karl Valentin kende. De eerste is een auteur die tijdens haar leven eigenlijk niet bekend was, maar die 11 jaar na haar dood, in 2015, plotseling faam verwierf, toen een selectie van enkele van haar korte verhalen werd gepubliceerd, Manual for Cleaning Women — zonder de dubbelzinnigheid van de oorspronkelijke titel vertaald als Handleiding voor poetsvrouwen. Het boek heeft in onze contreien de nodige aandacht gehad, maar ik heb blijkbaar niet opgelet. Karl Valentin was en is nog steeds (hij stierf in 1948) een beroemde komiek, volkszanger, auteur en filmproducent. Ik merk tijdens de voorstelling dat zijn humor voor een deel gebaseerd is op een briljant spel met taal, waarin hij zijn publiek minstens drie keer om zijn eigen as laat draaien voordat hij aanlandt waar hij wezen wil.

DSC05162

DSC05169

DSC05173

A. speelt met verve, voert tijdens het schakelen tussen de verschillende teksten een heuse striptease uit waarbij de ontbloting vooral bestaat uit het tevoorschijn toveren van een ander kostuum, een publieke omkledingsdans die met wulpse gebaren en vette knipogen gepaard gaat en die vooral komisch werkt. Ze verandert van een soort spreekstalmeester in een seut met een brilletje die uiteindelijk een ‘Semmel’ blijkt te vertolken, een Duits broodje dat door iedereen beknepen, zelfs bespeekseld, maar door niemand gegeten wordt, dat vreest te eindigen als deel van een typisch Beiers gerecht, Semmelknödel mit Sauerkraut und Schweinebraten, maar dat uiteindelijk dan toch door twee verliefden nog wordt opgegeten. Doris Engel schotelde het publiek na de voorstelling daadwerkelijk Semmelknödel mit Sauerkraut und Schweinebraten voor. Het smaakte… Duits, zou ik willen zeggen, een gerecht dat nu natuurlijk in een bescheiden portie werd aangeboden, maar dat het normaliter toch vooral leek te moeten hebben van de hoeveelheid.

‘Unnütze Menschen’, zegt A. als ik haar op de terugweg vraag hoe ze tot specifiek deze voorstelling is gekomen. Daar zat ze destijds over na te denken: nutteloze, als nutteloos beschouwde mensen. Daar wilde ze iets mee doen en dat is wat haar op het spoor van de door haar gebruikte teksten bracht. Zowel Bukowski als Berlin en Valentin hebben in hun leven aan de zelfkant gestaan, en ze hebben er alledrie kunst mee gemaakt, die hun roem bracht, in één geval alleen postume roem, maar die roem verhinderde niet dat ze daarna weer in de miserie terecht kwamen. Drank, drugs, financiële rampspoed, de snelle neergang na kortstondig succes. Het stuk is er oorspronkelijk niet voor gemaakt, maar door bijvoorbeeld een geestige tekst van Valentin waarin de invoering van de theaterplicht voor elke burger wordt bepleit (iedereen 365 dagen per jaar verplicht naar het theater), stelt het stuk ook de vraag naar nut en onnut van theater, kunst, literatuur in deze coronatijden. Nut is altijd een gevaarlijk criterium.

We rijden ’s avonds laat terug via de snelweg. Op de heenweg hadden we een meer toeristische route genomen over tweebaanswegen tussen grote bomen temidden van velden vol traag wuivende tarwe en nog fris ogende maïs. In de nacht hebben de knipperende rode lichten van het oerwoud aan in het donker verder onzichtbare windmolens die in Brandenburg in een wijde boog rond Berlijn opgesteld staan, iets verontrustends, waarbij ik niet zeker ben of die rode lichtjes me waarschuwen voor de stad die we naderen, of bedoeld zijn voor hen die de stad verlaten richting duister Brandenburg.  Op de achterbank sluimeren vrouw en dochter.

DSC05176

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s