Over mij / Über mich / About me

cropped-img_0577.jpg

© michiel hendryckx

 

NL

Marc Reugebrink (1960, Goor NL) woonde jarenlang in Groningen, waar hij studeerde aan zowel de lerarenopleiding (Nederlands en Engels) als aan de universiteit (Nederlandse taal- en letterkunde). Hij was voorts nog vier jaar als aio aan die universiteit verbonden.

Medio jaren tachtig tot begin jaren negentig maakte hij deel uit van de redactie van het literatuurfestival Herfstschrift.

In 1988 debuteerde hij als dichter bij De Bezige Bij met de bundel Komgrond, die genomineerd werd voor de Cees Buddingh’-prijs en waarvoor hij de Van der Hoogtprijs 1989 kreeg. Al eerder, in 1987, kreeg hij voor zijn poëzie het Hendrik de Vriesstipendium van de stad Groningen. In 1991 volgde Wade.

Onderwijl maakte hij samen met Joost Niemöller en Xandra Schutte deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift De XXIe Eeuw (Bert Bakker, 1990-1993), en trad hij nadien, in 1994, toe tot de redactie van het algemeen-culturele tijdschrift De Gids (Meulenhoff). Hij verliet de redactie in 1999.

Tegelijkertijd schreef hij een korte tijd poëziekritieken voor de Volkskrant en werkte hij van eind jaren tachtig tot medio jaren negentig als recensent voor het Nieuwsblad van het noorden (thans Dagblad van het noorden) en bijna tien jaar voor De Groene Amsterdammer.

In 1995 verhuisde hij naar Leeuwarden, waar hij in het bestuur van de Stichting Literaire Activiteiten Leeuwarden zat. In 1997 woonde hij korte tijd in Haarlem.

Een jaar later verscheen Wild vlees, zijn eerste roman, waarvan op instigatie van het literaire tijdschrift Parmentier een toneelstuk werd gemaakt in samenwerking met regisseur Jeroen Kriek van Growing up in Public en het Arnhemse InDependance. Het stuk (een monoloog) beleefde meerdere opvoeringen in Arnhem, Nijmegen, Leeuwarden en Amsterdam.

Datzelfde jaar, 1998, trok hij naar Gent, waar hij thans nog woont en werkt.

Van 2001 tot en met 2008 was hij redacteur van het onafhankelijke literaire tijdschrift yang.

In 2002 verscheen bij Meulenhoff de essaybundel De inwijkeling, en in 2004 Touchdown, zijn tweede roman (longlist Gouden Uil en longlist Librisprijs). In 2007 verscheen de roman Het grote uitstel bij Meulenhoff / Manteau. Het boek won in 2008 de Gouden Uil Literatuurprijs  en stond verder nog in de ‘Tiplijst’ van de AKO-prijs, werd genomineerd voor De Inktaap en voor de Gerard Walschapsprijs.

Eind 2010 verscheen bij Meulenhoff/Manteau Menens, zijn vierde roman (longlist Librisprijs) , en in 2012 bij de inmiddels tot De Bezige Bij Antwerpen herdoopte zelfde uitgeverij het essayboek Het geluk van de kunst (dat de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen voor Letterkunde 2013, essay en monografie won).

In het voorjaar van 2014 verscheen de roman Het Belgisch huwelijk.

Het huis van de zalmen verscheen in september 2016 bij Uitgeverij Querido (longlist ECI-prijs 2017).

Marc Reugebrink schreef de afgelopen jaren regelmatig voor onder meer De Leeswolf en De Morgen en is geregeld te vinden in De Standaard op Knack.be en De Reactor.org. Voor De Standaard schreef hij eind 2011 het kerstessay in vier delen onder de titel ‘De afgeschafte mens’.

 

D

Marc Reugebrink (1960, Goor NL) lebte jahrelang in Groningen, wo er sowohl die Lehrerausbildung (Niederländisch und Englisch) als auch die Universität (Niederländische Sprache und Literatur) studierte. Er war auch an dieser Universität als Doktorand für weitere vier Jahre angeschlossen.

Mitte der achtziger bis Anfang der neunziger Jahre war er Teil der Redaktion des Literaturfestivals Herfstschrift.

1988 debütierte er als Dichter beim Verlag De Bezige Bij Amsterdam mit Komgrond (‘Hinterland’). Die Sammlung wurde für den Cees Buddingh’ Preis nominiert und 1989 mit dem Van der Hoogt Preis ausgezeichnet. Zuvor, 1987, erhielt er für seine Gedichte das Hendrik de Vries Stipendium aus der Stadt Groningen. Wade folgte 1991.

Inzwischen war er zusammen mit Joost Niemöller und Xandra Schutte Redakteur der Literaturzeitschrift De XXIe Eeuw (Bert Bakker Verlag, 1990-1993). 1994 wurde er Mitglied der Redaktion der allgemeinen Kulturzeitschrift De Gids (Meulenhoff Verlag). Er verließ die Redaktion 1999.

Zugleich war er kurz Poesie Kritiker der Volkskrant und arbeitete von Ende der achtziger Jahre bis Mitte der neunziger Jahre als Kritiker für Het Nieuwsblad van het Noorden (jetzt Dagblad van het Noorden) und fast 10 Jahre für De Groene Amsterdammer.

1995 zog er nach Leeuwarden, wo er im Vorstand der Stichting Literaire Activiteiten Leeuwarden war. 1997 lebte er für kurze Zeit in Haarlem.

Ein Jahr später erschien sein erster Roman, Wild vlees (‘Wildes Fleisch’) Im Auftrag des Literaturmagazins Parmentier entstand in Zusammenarbeit mit dem Regisseur Jeroen Kriek von Growing Up in Public und InDependance aus Arnheim ein Stück. Das Stück (ein Monolog) erlebte mehrere Aufführungen in Arnheim, Nijmegen, Leeuwarden und Amsterdam.

Im selben Jahr, 1998, zog er nach Gent in Belgien, wo er derzeit lebt und arbeitet.

Von 2001 bis 2008 war er Redakteur des unabhängigen Literaturmagazins yang.

2002 veröffentlichte Meulenhoff Amsterdam die Essay-Sammlung De inwijkeling (‘Der Einwanderer’) und 2004 Touchdown, seinen zweiten Roman (Longlist Gouden Uil und Longlist Librispreis). 2007 erschien der Roman Het grote uitstel (‘Der große Aufschub’) beim Verlag Meulenhoff / Manteau Antwerpen. Das Buch gewann 2008 den Gouden-Uil-Literaturpreis. Es stand auch auf der Longlist des AKO-Preises, wurde für De Inktaap und für den Gerard-Walschap-Preis nominiert.

Ende 2010 erschien Menens (‘Blutiger Ernst’), sein vierter Roman (Longlist Librispreis). Im Jahr 2012 veröffentlichte De Bezige Bij Antwerpen Het geluk van de kunst (‘Das Glück der Kunst’), ein Essay, der mit dem Literaturpreis der Provinz Ostflandern 2013, Essay und Monographie ausgezeichnet wurde.

Im Frühjahr 2014 wurde der Roman Het Belgisch huwelijk (‘Die belgische Ehe’) veröffentlicht.

Het huis van de zalmen (‘Das Haus des Lachses’) erschien im September 2016 beim Querido Verlag  Amsterdam (Longlist ECI-Preis 2017).

Marc Reugebrink hat in den letzten Jahren regelmäßig für De Leeswolf und De Morgen geschrieben und schreibt häufig in De Standaard, Knack.be und De Reactor.org. Für De Standaard schrieb er Ende 2011 den Weihnachtsessay in vier Teilen unter dem Titel “Der verlassene Mensch”.

 

E

Marc Reugebrink (1960, Goor NL) lived for years in Groningen, where he studied Dutch and English at a college of education and Dutch language and literature at the university. He was also affiliated to that university as a PhD student for another four years.

In the mid eighties to the beginning of the nineties he was part of the editorial staff of the literature festival Herfstschrift.

In 1988, he made his debut as a poet with Komgrond (‘Backland’) (De Bezige Bij Publishers, Amsterdam). The collection was nominated for the Cees Buddingh’ Prize and was awarded the Van der Hoogt Prize in 1989. Earlier, in 1987, he received the Hendrik de Vries Stipendium from the city of Groningen for his poetry. Wade (‘Shroud’)  followed in 1991.

Meanwhile he was, along with Joost Niemöller and Xandra Schutte, editor of the literary magazine De XXIe Eeuw (Bert Bakker Publishers, 1990-1993). In 1994 he became a member of the editorial staff of the general cultural magazine De Gids (Meulenhoff Publishers). He left the editorial staff in 1999.

In the early nineties he wrote about poetry for de Volkskrant for a short period of time. From the late eighties to the mid-nineties he worked as a critic for Nieuwsblad van het Noorden (now Dagblad van het Noorden). Furthermore, he wrote for De Groene Amsterdammer for about ten years.

In 1995 he moved to Leeuwarden, where he was on the board of the Stichting Literaire Activiteiten Leeuwarden. In 1997 he lived in Haarlem for a short time.

A year later his first novel, Wild vlees (‘Proud flesh’), appeared. Commissioned by the literary magazine Parmentier, a play was made in collaboration with director Jeroen Kriek of Growing up in Public and the Arnhem InDependance. The piece (a monologue) experienced several performances in Arnhem, Nijmegen, Leeuwarden and Amsterdam.

That same year, 1998, he moved to Ghent in Belgium, where he currently lives and works.

From 2001 to 2008 he was editor of the independent literary magazine yang.

In 2002, Meulenhoff published the essay collection De inwijkeling (‘The Stranger’), and in 2004 Touchdown, his second novel (longlist Gouden Uil and longlist Librisprize). In 2007 the novel Het grote uitstel (‘The Big Delay’) was published by Meulenhoff/Manteau. The book won the Gouden Uil Literary Prize in 2008. The book was also on the longlist of the AKO-prize, was nominated for De Inktaap and for the Gerard Walschap Prize.

At the end of 2010 Menens (‘Dead Serious’) appeared, his fourth novel (longlist Librisprijs). In 2012, De Bezige Bij Antwerpen published Het geluk van de kunst (‘The Happiness of Art’), an essay that was awarded the East Flanders Province Prize for Literature 2013, essay and monograph.

In the spring of 2014 the novel Het Belgisch huwelijk (‘The Belgian Marriage’) was published.

Het huis van de zalmen (‘The House of the Salmon’) appeared in September 2016 by Querido Publishers, Amsterdam (longlist ECI-prize 2017).

Marc Reugebrink has regularly written for De Leeswolf and De Morgen in recent years and often writes in De Standaard, Knack.be and De Reactor.org. For De Standaard, at the end of 2011, he wrote the Christmas essay in four parts under the title ‘The Abandoned Man’.