Presentatie van ‘De vrouw die niet bestond’ — 2-2-22 (een reconstructie)

Inmiddels werd De vrouw die niet bestond gepresenteerd in de Gentse Minard Schouwburg. Het is een klein en kostbaar geluk dat de stad Gent de mogelijkheden schept om een boekpresentatie in een heus theater te organiseren, compleet met technici en barpersoneel, zonder dat je als auteur al op voorhand kapitaalkrachtig moet zijn. Zo’n avond wordt rijkelijk gesubsidieerd.

Het is daarom dat ik op voorhand iets kan uitdenken dat min of meer bij de theatrale setting past, al blijven er ook dan natuurlijk toch budgettaire beperkingen. Zingen, dat gaat nog, en ik doe het graag, maar mijn gitaarspel komt echt niet verder dan kampvuurniveau. Ik had me min of meer ingedekt door mijn dochter mee te laten spelen, maar verknoeide dat meteen bij het eerste nummer. Dat zou opklinken terwijl het in de zaal en op het podium nog aardedonker was, zo had ik bedacht, maar toen Emma en ik in dat aardedonker naar onze stoelen stommelden en ik eenmaal zat, ontdekte ik dat de capodastro op de verkeerde fret stond. Ik probeerde in het donker de juiste fret te vinden, maar toen ik inzette bleek ik toch een fret te laag (of te hoog) te zitten, iets wat Emma ontdekte toen ze bij het tweede couplet begon mee te spelen. Maar kijk, voor muzikanten is er op zo’n avond dan weer geen budget. En hoewel iedereen achteraf bij hoog en bij laag beweert dat zulks ‘charmant’ is, voelt het voor mij toch aan als een miskleun.

Beginnen met ‘Das Letzte Kommando’ van Fortuna Ehrenfeld, zo had ik bedacht:

Direct na het lied startte het volgende filmpje — een variant op de trailer die ik eerder al maakte:

Na het filmpje verscheen Hanna, die de eerste twee bladzijden van de roman voorlas.

In dat fragment is onder andere sprake van een barbie ‘met groeiend haar’, wat mij op het idee bracht om direct na haar voordracht een door mijzelf op muziek gezette tekst van Heinrich Heine te berde te brengen: ‘Wechsel’, een gedicht uit 1842, dat begint met de regels: Mit Brünetten hats ein Ende!/ Ich gerate dieses Jahr/ Wieder in die blauen Augen/ Wieder in das blonde Haar. Ook bij dit lied speelde een filmpje:

Hierna was het de beurt aan Jeroen Theunissen, die een lofrede had voorbereid, een rede die begon met een seksshop op de Schönhauser Allee, maar na enige omzwervingen tussen hulpstukken en crèmes belandde hij dan toch bij het boek. Hij zei onder meer:

In zekere zin pikt De vrouw die niet bestond de draad op waar Het grote uitstel eindigde. In dat boek, Marcs bekendste, trekt Daniel-Winfried Rega, meeloper en romanticus en iemand die zoals het ergens in het boek heet vooral ‘wil knikken en instemmen’, naar West-Berlijn, en verdwijnt er wanneer de muur openscheurt in de massa. Dat einde wordt beschreven in bijna mystieke bewoordingen, een mengeling van een zelfmoord en een geboorte. En daarna? Rega is weg, en aangezien hij van papier is, valt er niets meer te zeggen. Dat heeft de auteur beslist. 

Maar toch: wat daarna? 

Elias Kroon, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw aan een Nederlandse universiteit werkt en de ene na de andere dikke verhandeling schrijft – al worden die verhandelingen niet uitgegeven, maar verdwijnen ze integraal naar de universitaire kelder, waar ze samengebonden een betonharde massa vormen – heeft voor de teksten die hij schrijft de gekste titels, ‘Vrijheid & Ongelijkheid’, ‘De ethos van het verzet’, ‘Laat mij met mijn wanberadenheid dit euvel lijden’, ‘Broederschap van zusters’, ‘Verwondbaar vlees’, ‘Zwijgen met de wolven’, ‘Afschuw van genezing’, ‘Neemt & eet van mijn innigste tuinen’, ‘De omwegen’*, ‘De welkome repressie’, en ook ‘Het grote uitstel’. In zijn opstel ‘Het grote uitstel’ schrijft Kroon dat ‘utopieën, politieke of religieuze, bestaan bij de gratie van het uitstel, bij de gratie van het onvervulde…’ 

Aan de universiteit is Elias een man van het woord, niet van de daad. Hij is zeer populair, redeneert in lange volzinnen vol gewichtige paradoxen, en ’s avonds proberen zijn studenten tijdens lange cafésessies uit te vissen wat het dan wel precies is dat hij willen zeggen heeft. Bij momenten is het hilarisch. Woorden, woorden, woorden zijn het. Maar wanneer de muur valt, eindigt Kroons grote uitstel, geeft hij alles op, en vertrekt. Hij zet de stap van woord naar daad en gaat in Prenzlauer Berg, de wijk waar vandaag al die hipstertenten te vinden zijn, op zoek naar een concrete utopie tussen kapitalisme en communisme in, een nieuwe weg. De wereld moet veranderen, dat had ook Rega al gezegd in Het grote uitstel. Kroon geeft alles op, en verlaat vrouw en kind en universiteit om ‘de wérkelijke revolutie’ te beleven. Maar die revolutie, had andermaal Rega al opgemerkt, is geen etentje. In Berlijn verwordt de man van woorden, een goeroe voor zijn studenten, tot niet veel meer dan een nogal kleurloze, onbeholpen meeloper, zeker sympathiek, men vindt dat hij met zijn praatjes niemand kwaad doet en men gedoogt hem, hij is ‘zo mogelijk nog meer overtuigd’ dan de mensen bij wie hij terechtkomt, maar het is oké, niemand stoort zich aan hem, men vindt hem ‘onschuldig’ en ‘hulpvaardig’. 

Die revolutie, dat heeft de geschiedenis ons geleerd, die is op niets uitgedraaid. En toch. Heel even, in de korte  periode voor Helmut Kohl zijn armen opent en de Oost-Duitsers tegen zijn stevige westerse borst drukt, is er inderdaad een opening in de geschiedenis. Heel even, tot die opening zich sluit. Daarna rest de revolutionairen rond Kroon niets dan zich terug te trekken op het platteland, waar de ‘wereld niet bestaat’, waar ze ‘buiten de tijd’ kunnen wonen, en zo misschien ook echt ‘vrij, ja vrij’ kunnen zijn. Ze worden er door de plaatselijke bevolking niet weggejaagd, maar schouderophalend genegeerd, een communie die geen verzet meer is, geen toonbeeld van vrijheid, maar… een ongevaarlijke bende weirdo’s. 

Ik praat hier maar over mannen – typisch wat witte cis-mannen doen – terwijl het nieuwe boek van Marc De vrouw die niet bestond heet (ik laat u zelf maar even uitvissen wie die vrouw dan wel is), en het vertellende hoofdpersonage niet Elias Kroon is maar diens achtergelaten dochter, Anna. Anna, geboren in het midden van de jaren tachtig, heeft Elias nooit echt gekend, en heeft hem als kind dus ook niet gemist. Pas wanneer ze een volwassen vrouw is, raakt ze gefascineerd door de man die haar achtergelaten heeft, en gaat naar hem op zoek. Ze opent de dozen waarin nog enkele spullen van hem zitten, ze leest zijn vergeten syllabi, ze praat met collega’s die hem gekend hebben aan de universiteit, en ze reist hem achterna naar Berlijn en later naar het godverlaten dorpje Quitzöbel. 

Het is alsof Marc met het personage Anna aan nog een ander boek van hem aanknoopt, Menens, uit 2010, en zo kan men De vrouw die niet bestond gerust ook zien als het derde en laatste deel van een trilogie, Marcs hoogsteigen ‘grote revolutietrilogie’. In de proloog van Menens houdt Leon zijn pasgeboren dochter vast, kijkt urenlang naar haar, ‘streelt bedachtzaam met het topje van zijn wijsvinger over haar voorhoofd, over de flauwe boog van haar wenkbrauwen, de brug van haar neus, raakt voorzichtig het rozerood van haar lipjes aan, alsof hij dit alles door het aan te raken pas doet ontstaan als iets wat buiten hem om aanwezig is: een dochter, een meisje, zijn dochter, zijn kind.’ En vervolgens besluit Leon dat het zo niet verder kan met de wereld, de wereld moet veranderen, iets moet gedaan worden, werkelijk gedaan, en hij laat haar achter, en wordt revolutionair. 

Over die dochter wordt in Menens verder, voor zover ik mij herinner, met geen woord meer gerept. 

Net als Leon wil Kroon de wereld veranderen, net als Leon denkt hij dat hij dat doet uit liefde voor zijn dochter, en net als Leon is hij om die reden – als ik dat even zo kort en krachtig mag samenvatten – een dwaas, een klootzak, een mislukkeling, een triest en tragisch figuur, een antiheld, een solipsist en een hopeloos eenzame man, voor wie ik zelfs geen medelijden kan voelen. 

Maar in De vrouw die niet bestond krijgen we het perspectief van die achtergelatene, van die persoon die het nu zonder vader moet stellen. Anna schrijft geen honderden van de moeilijke paradoxen bulkende verhandelingen over vrijheid en het vrij zijn van de vrijheid en wat nog meer, maar is vele keren wijzer en oprechter, authentieker en menselijker dan haar vader. Zij is de echte held van dit verhaal.

Ik kan nog veel meer vertellen… Over hoofdhaar bijvoorbeeld. Over barbiepoppen. Over Eugène Delacroix. Over of Anna eigenlijk wel bestaat. Maar ach, het volstaat. Hopelijk hoef ik niemand hier nog te overtuigen dat Marc boeken schrijft waarin de recente geschiedenis op een intelligente, menselijke en persoonlijke manier wordt verteld. Laat ik misschien maar gewoon even een zin lezen: 

‘Het is niet goed te begrijpen waarom je op een moment als dit blijft zitten, het onheil dat tel voor tel nader komt niet uit de weg gaat door op te staan, je fiets te pakken en weg te rijden, alsof de angst voor de uitsluiting, de pesterijen, de wraak van de gemeenschap nadien groter is dan de walging en de vernedering die je nu moet ondergaan en die je misschien meer schade toebrengt dan achteraf buitengesloten te worden – buitengesloten, maar dan toch in de zekerheid dat je jezelf niet ontrouw bent geworden, dat je niet je hoofd hebt gedraaid zoals ik nu deed, ik draaide mijn hoofd, onwillig, alsof iemand me dwong mijn hoofd te draaien in de richting van de nu spitse mond van Werner, een snavel met aan het uiteinde een paarsrode bol, de kleur van een doorgesneden, overrijpe vijg, maar ik was het zelf, ik was het, ik draaide mijn hoofd, en Werner duwde zijn snavel naar binnen, en de paarsrode bol, die slijmerig aanvoelde, zoet was, maar slijmerig, ik kokhalsde, tien negen, acht, zeven, hoelang ging dit nog duren, de paarsrode bol lag in mijn mond als was het een kwalster, een fluim, een rochel, als had Werner me vol in de mond gespuugd.’

Einde citaat. 

Eén zin. 

Ik heb niet lang gezocht, ik heb het boek opengeslagen, en heb deze zin gevonden. Anna, puber, is met leeftijdsgenoten bezig met een spelletje waarbij een toverbal – zo’n snoep die van kleur verandert – mond op mond doorgegeven wordt. Maar het doet er niet toe waarover deze zin gaat. Wat ik hier even wil zeggen, is: wat een prachtige zin. Of algemener verwoord: wat een prachtige zinnen schrijft Marc. Wat een machtige, volle, rijke zoekende en treuzelende en voortdenderende en nooit stilvallende zinnen schrijft hij. Wat een verteller is hij. Als ik mij aan zo’n zin waagde, lagen jullie hier tegen dat ik een punt plaatste massaal te snurken. Als Marc een boek schreef waarin hij zijn boekhouding navertelde, ik zou het nog lezen, zo meeslepend schrijft hij. Maar gelukkig gaat dit boek niet over zijn boekhouding, maar over de grote thema’s, liefde, vrijheid, utopie, revolutie, eenzaamheid. Geschreven in een stijl die alleen Marc beheerst. En dus is het advies duidelijk: lees dit boek. Lees het daarna opnieuw. Geef het door. Neem het mee naar de seksshop in de Schönhauser Allee. Smeer het desnoods in met erectieverstevigende crème, het is mij eender. Lees het daarna nog een keer. 

*)= De omwegen is natuurlijk de titel van één van Jeroens eigen romans; die titel komt in De vrouw die niet bestond niet voor.


Ik zette samen met Emma het prachtige ‘Kinderhymne’ in, ooit geschreven door Bertolt Brecht en Hanns Eisler als alternatief volkslied voor de beide Duitslanden:

Een interview met Gaea Schoeters volgde, waarna ik nog iets voorlas en afsloot met Wolf Biermanns ‘Ermutigung’, waarbij ik nog een filmpje had gemaakt, een filmpje waarin ook de vertaling van Biermanns lied was opgenomen. Bij die vertaling koos ik voor rijm en metrum boven letterlijkheid. Het lied komt voor in de roman.

En daarmee eindigden we in het donker waarin we van start waren gegaan.

Ooit heb ik geschreven dat de feestjes die ik pleeg te geven bij het verschijnen van een nieuw boek er alleen zijn ‘om de overgang van de innerlijke noodzaak van het schrijven naar de realiteit van de publieke overbodigheid wat te vergemakkelijken’ (Het geluk van de kunst, 2012). ‘Het is een afscheidsfeestje,’ voegde ik nog toe. Het stond in een behoorlijk ironisch, zelfs af en toe ronduit cynisch opstel naar aanleiding van het winnen van De Gouden Uil Literatuurprijs 2008, en hoewel er in veel opzichten sinds ik het schreef niet veel is veranderd, zou ik misschien nu minder geneigd zijn het zo scherp te formuleren.

Een afscheidsfeestje blijft zo’n presentatie voor mij desondanks wel, maar dat heeft ook te maken met het simpele gegeven dat het verschijnen van het boek een einde maakt aan het nadenken over de fictieve wereld waarin ik heb vertoefd terwijl ik hem verzon, een einde aan het vijlen, het schrappen, het hernemen, het toevoegen, het wegnemen, het genieten ook van de aanwezigheid van personages die zich langzamerhand in mijn hoofd naar een soort van werkelijkheid toe werkten. Ik zie Anna voor mij. En Julia. En Elias Kroon (die natuurlijk ook een model in de werkelijkheid heeft, of althans een persoon die als inspiratiebron diende, maar al schrijvend toch vooral zichzelf werd). Het valt mij, terugkijkend en werkend aan iets anders, altijd weer op hoe snel ik de bijzonderheden van de geschreven werkelijkheid, de specifieke kennis ook die ik binnen die werkelijkheid heb gebruikt, vergeten lijk te zijn. Al die exquise wijnen in Het huis van de zalmen, al dat gedoe over ruimtevaart in Touchdown, al die medische termen en begrippen in Wild vlees, die door het hoofdpersonage als in een soort echolalie worden gebruikt (en ik weet nog dat alle termen kloppen, dat ik dikke boeken heb doorgewerkt om bijvoorbeeld de werking van de nieren tot in de kleinste details te kennen; ik sprak zelfs met een anesthesiste en liet me in een operatiekamer uitleggen hoe een en ander in zijn werk ging, wat het effect van de toegediende stoffen op het menselijk lichaam was) — ik zou weer serieus studie moeten maken van al die zaken als iemand me er nu over zou willen ondervragen.

Het lijkt niet nodig. Ik werk aan iets anders, immers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s