Dagen in Berlijn 3: Sie in Zieckau

DSC04874

Over ‘Du’ en ‘Sie’ ging het.

We zaten in een Indisch restaurant in Steglitz, een wijk drie S-Bahnstations van Sundgauer Straße verwijderd. Ik was die dag met Uwe Neumann en Ian Melrose meegereisd naar Zieckau, een vlekje ongeveer 90 kilometer ten zuiden van Berlijn, afhankelijk van waar je ‘Berlijn’ laat beginnen. Voor ons was het ongeveer 90 kilometer naar de Dorfkirche van Zickau, waar Uwe en Ian hun programma ‘Heine gets the groove’ gingen opvoeren tijdens een Erntedankfest — een ‘szenisches Konzert’ waarin teksten van Heine gerapt, gezongen, met begeleiding voorgedragen worden en tegelijkertijd het verhaal van Heines leven in grote trekken wordt verteld.

In Zickau war’s arschkalt. De zon scheen, maar de temperatuur kwam nauwelijks boven de tien graden, en daalde naarmate de middag vorderde. In de kerk zo’n zestig tot zeventig mensen, die volgens de organisator van het geheel echt niet allemaal uit Zickau kwamen, zelfs niet allemaal uit Luckau, waar Zickau deel van uitmaakt, of omringende plaatsen als Jetsch, Rüdingsdorf, Pelkwitz, Paserin, Kümmritz in de Landkreis Dahme-Spreewald in Brandenburg. Veel uit Berlijn, zei hij, want hoe onooglijk — en niet speciaal mooi — dit dorp ook was, hij wist toch iedere keer artiesten van standing naar de dorpskerk te lokken. En de mensen weten dat op een zeker moment.

Ik moest denken aan een ander dorp en een andere dorpskerk waar ik al eens met Uwe Neumann en de flamencogitarist Georg Kempa naar toe was geweest — Quitzöbel. Ook daar een organisator die graag opsomde wie er al allemaal in zíjn kerk geweest waren. Ik begrijp de drang. In wat vanuit culturele centra als de verder te negeren periferie wordt waargenomen, gebeuren vaak mooie dingen, mooier soms dan wat er in die centra gebeurt. Maar niemand die het ziet.

Ik zat met enige verbazing te kijken naar de hoeveelheid apparatuur die in stelling werd gebracht — de grote geluidsboxen en hun statieven, kisten vol kabels, een PA, allerhande schakelaars. Ik had er voor een deel zelf mee lopen slepen toen we alles voor vertrek inlaadden. ‘En dat alles om het hier akoestisch te laten klinken,’ grinnikte Ian.

De voorstelling zelf is met recht een duet; de muziek is op de teksten toegesneden; de gitaar vertelt ook. Af en toe wordt er door beide heren ook een sketch opgevoerd; in één daarvan kreeg ik nog een cameootje: wanneer Ian de rol van Baron von Rothschild speelt in een discussie met Heine, vraagt hij geïrriteerd waar de wijn blijft. Waarop ik hem buigend en knipmessend een fles aanreik, juist wanneer Heine zegt dat al het personeel van de baron aan een rugafwijking lijkt te lijden, en dat men van hen altijd alleen de pruik te zien krijgt. Heine als socialist, maar tegelijkertijd thuis in de hoogste kringen; Heine de Jood die zich bekeerde tot het protestantisme maar aan zijn joods-zijn niet ontsnapte omdat anderen dat onmogelijk maakten (het opkomend Duits nationalisme in de negentiende eeuw is onherroepelijk met antisemitisme verbonden); de balling Heine in Parijs, een stad die voor hem vanwege het verlichtingsdenken de toekomst vertegenwoordigde, maar zonder Duitsland kon hij toch niet leven. Heine die op het eind van zijn leven, de laatste acht jaren, lijdend aan de gevolgen van syfilis, aan gruwelijke pijnen, noodgedwongen het bed moest houden. ‘Die Matratzengruft’, Het matrassengraf, zoals een boekje van Martin van Amerongen uit 1985 heet, ‘een der beroemdste sterfbedden uit de wereldliteratuur’, schrijft hij. Maar zelfs die laatste jaren bleef Heine schrijven, een verbluffende productie, schreef nog zijn bundel Romanzero, een bundel die een enorm verkoopsucces werd. En altijd in teksten die soms spottend, ironisch, maar ook filosofisch en onversneden romantisch zijn — een dichter en intellectueel die altijd de paradox als de essentie van zijn bestaan begrepen heeft: de volledige hopeloosheid van het bestaan die desalniettemin de hoop niet opgeeft, de melancholie die zich voedt met haar tegendeel. (Hedendaagse pendanten: Martin Bechler hier in Duitsland; Koenraad Goudeseune in het Nederlands taalgebied).

DSC04889

‘Es gibt zwei sorten Ratten: / Die hungrigen und die satten. / Die satten bleiben vergnügt zu Haus, / Die hungrigen aber wandern aus’

Dat alles in een kerkje dat een onverstoorbare protestantse rust uitstraalde, de Idylle zelf leek te belichamen, de materialisatie van een leven zonder heftigheid, leek me, met op de witte muren geruststellende Bijbelteksten, zodat je van de weeromstuit al bij aankomst meteen gelooft wat het hek verkondigt: Jesus kommt. Natuurlijk komt hij. Hier wel, waar de mensen op een tafel groenten, ingemaakt fruit, Kuchen en noten hebben uitgestald en de kerkbanken zijn versierd met de eerste herfstbladeren. Alles gratis, met het beleefde verzoek om een ‘Spende’. Wat men maar wil. Het daarvoor bestemde mandje zat al snel vol met papiergeld. Die Sonate vom guten Menschen. Terwijl ik het denk waar te nemen (terwijl ik de idylle construeer), kom ik er al tegen in opstand. Hier altijd gewoond te hebben… Hier altijd te moeten wonen! De wellevendheid, de vriendelijkheid… Die benauwende beheersing! Zelfs schoenborstels hebben hier hun eigen vaste plek.

DSC04863

Het is niet precies daarom dat we later in het Indische restaurant in Berlijn over ‘Du’ en ‘Sie’ te spreken komen, al was het er voor mij wel mee verbonden. In het onderscheid verbergt zich voor mij een van de geheimen van de Deutschheit. Het gevoel dat wanneer ik dit onder de knie heb, ik tot het hart van dit land ben doorgedrongen. Het is natuurlijk niet dat we in het Nederlands het onderscheid tussen ‘jij’ en ‘u’ niet kennen (of tussen ‘gij’ en ‘u’ als het om Vlaanderen gaat), maar op de een of andere manier lijkt het in Duitsland stringenter te zijn, of toch aan andere, niet altijd even duidelijke regels gebonden. In Nederland is ‘U’ van een beleefdheidsvorm zelfs een soort belediging geworden, omdat ‘U’ een distantie schept waarvan men in dat land niet wil weten, zelfs niet in situaties waarin die distantie er wel degelijk is (wat de de omgangsvormen eerder huichelachtig maakt). Hier in Duitsland is die distantie er ook, maar wordt ze tevens gewaardeerd. Zelfs in situaties waarin je haar niet zou verwachten.

Het viel me op in Widerfahrnis van Bodo Kirchhoff: hoe de beide hoofdpersonen, die meer en meer met elkaar verstrengeld raken gedurende het verloop van het verhaal, zelfs geliefden worden, heel lang de ‘Sie’-vorm tegen elkaar blijven gebruiken. ‘Jij zeggen betekent alleen iets als je eerst u hebt gezegd,’ heet het daar, maar in de vertaling van het boek wordt allang ‘jij’ gebruikt waar in het Duits nog steeds sprake is van ‘Sie’. Ook in alledaagse situaties blijkt het onderscheid tamelijk strikt, alhoewel ook voor Duitsers zelf gecompliceerd. In de theaterwereld ‘Sie’ zeggen, is onmiddellijk in het verkeerde register stappen, hoorde ik. In de literaire wereld lijkt het wat meer gewoon te zijn om niet onmiddellijk te tutoyeren. Maar in het algemeen veroorzaakt iemand die te snel overschakelt op het ‘Du’ een zeker onbehagen, of toch minstens het gevoel dat er een grens wordt overschreden. Ik heb een paar maal de vraag gekregen: ‘Dutzen wir uns?’ Maar ook al genoeg situaties meegemaakt waarin ‘Du’ vanzelfsprekend vanaf de eerste zinnen werd gebruikt. Ik kom er niet achter wanneer ik wat moet zeggen, bij wie, in welke situatie, of wanneer ik die grens over kan of over mag, en of ik me niet star en stram opstel vanuit een verkeerd soort hoffelijkheid.

In Zieckau lijkt het duidelijk (of toch tenminste in hoe ik Zieckau blijkbaar wens waar te nemen). Het kan bijna niet anders dan dat men zich hier onder elkaar ook ‘siezt’. ‘Herr Loos, können Sie mir helfen, die Stühle zurückzustellen?’. ‘Aber natürlich, Frau Karstens, und wie geht es Ihren Mann?’ En de buurvrouw heet sinds jaar en dag Frau Abermahls, ook al was men duizendmaal bij elkaar op de thee. En de plaatselijke onderwijzer van het schooltje met maar één lokaal wordt vriendelijk gegroet met ‘Meister Kaulberg’ door Fräulein Elke, die natuurlijk nog bij Meister Kaulberg in de klas heeft gezeten en nu met een armvol versgeplukte wilde bloemen huiswaarts wandelt (‘Fräulein Elke, wie geht es Ihnen?’) en…

Je voelt dat er in dít Zieckau iets verschrikkelijks gaat gebeuren. De wind steekt op. Het hek met de tekst ‘Jesus kommt’ slaat met een klap dicht…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s