
Natuurlijk won de AfD in Thüringen, Saksen en nu ook Brandenburg. De peilingen gaven het al heel lang aan, en zelfs het feit dat de voorman in Thüringen, de infame Björn Höcke, volgens het gerecht officieel een ‘fascist’ genoemd mag worden, heeft velen er niet van weerhouden onverdroten zijn bolletje rood te kleuren. Nu kan de rest van de wereld weer zeggen: de Duitsers, zie je wel? In Duitsland zelf zegt men eerder: die Oost-Duitsers, zie je wel? De ooit ‘ausgebürgerte’ Wolf Biermann fulmineerde half augustus in Die Zeit: ‘Wir Deutschen haben einen totalitären Familienstammbaum mit einer aufgepfropten Demokratie.’[Wij Duitsers hebben een totalitaire familiestamboom met een verstopte (opgepropte) democratie.]Om vervolgens zijn pijlen op de voormalige DDR-burgers te richten: ‘Nicht alle, aber zu viele gelernte Untertanen im Osten erwarten, dass sich der Staat wie in einer strengen Fürsorgeanstalt um alles kümmert.’[Niet alle, maar te veel geschoolde onderdanen in het Oosten verwachten dat de staat zich, zoals in een strenge zorginstelling, om alles bekommert.]Om daarna helemaal los te gaan:
Die, die zu feige waren in der Diktatur, rebellieren jetzt ohne Risiko gegen die Demokratie. Den Bequemlichkeiten der Diktatur jammern sie nach, und die Mühen der Demokratie sind ihnen fremd. Und ihre Scham zerfrisst ihr Selbstwertgefühl. Ihr altes Leben verklären sie und wählen AfD oder die neue Firma von Sahra Wagenknecht. Wagenknecht und Höcke sind das politische Brautpaar der Stunde. Da wächst in der Ex-DDR zusammen, was zusammengehört: die Erben des Hitlerischen Nationalsozialismus und des Stalinschen Nationalkommunismus.
[Zij die te laf waren om in de dictatuur in opstand te komen, rebelleren nu zonder risico tegen de democratie. Ze klagen over het gemis van de gemakken van de dictatuur, terwijl de inspanningen die de democratie vereist hen vreemd zijn. Hun schaamte knaagt aan hun gevoel van eigenwaarde. Ze verheerlijken hun oude leven en stemmen op de AfD of de nieuwe partij van Sahra Wagenknecht. Wagenknecht en Höcke zijn het politieke bruidspaar van dit moment. In de voormalige DDR komt samen wat bij elkaar hoort: de erfgenamen van het Hitleriaanse nationaalsocialisme en het Stalinistische nationaalcommunisme.]
Ik heb meteen de neiging op de rem te gaan staan. De AfD is niet uniek en de door de partij verwoorde sentimenten zijn niet exclusief Duits. Duitsers hebben vaak de (overigens begrijpelijke, en op een ander niveau zelfs bewonderenswaardige) neiging hun eigen duistere verleden als een onafwasbare tatoeage te beschouwen. De AfD is natuurlijk wel de typisch Duitse verschijningsvorm van het rechtsextremisme, zoals de PVV dat voor Nederland is, Vlaams Belang voor België, Rassemblement National voor Frankrijk, enzovoorts. Maar alleen al het bovennationale karakter van extreemrechts maakt de beweringen van Biermann twijfelachtig. Dat hij zelf als slachtoffer van de DDR-dictatuur beroemd geworden is, lijkt ook zijn analyse danig te hebben beïnvloed.
Natuurlijk zijn er onder de aanhangers van de AfD lieden die het hitleriaanse gedachtengoed een warm hart toedragen, om over de (overigens overwegend West-Duitse) leiding van de partij nog maar te zwijgen, maar velen stemmen op deze partij uit protest, zo lees je regelmatig. Ik geloof niet dat dat protest voortkomt uit heimwee naar nationaalsocialisme of, specifiek voor de voormalige DDR, naar nationaalcommunisme, zoals Biermann het noemt. Het DDR-argument wordt in Duitsland al snel van stal gehaald wanneer iemand de macht van de ongebreidelde, zogezegd ‘vrije’ markt bekritiseert. Waar overheidsingrijpen noodzakelijk lijkt (bij zaken als energievoorziening, onderwijs, openbaar vervoer en maatregelen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden bijvoorbeeld), willen de liberale jongens en meisjes in de Bundestag nogal graag verwijzen naar de DDR – alsof met sturen en bijsturen van wat anders volledig uit de hand zou lopen (al volledig uit de hand gelopen ís) de dictatuur weer voor de deur staat.
Het gaat om iets anders. De stem op het Rassemblement National moet op zijn minst voor een deel worden gezien ‘als een laatste poging van de volksklassen hun collectieve identiteit te verdedigen,’ schreef Didier Eribon in Terug naar Reims.
Mensen voelen zich waardig wanneer ze niet worden beschouwd als quantité négligeable of puur als onderdeel van statistieken of financiële overzichten en daarmee als stomme objecten van de politieke besluitvorming,
schreef hij. En even later:
‘Het hele idee van met elkaar conflicterende sociale groepen werd uit het politieke debat van links geschrapt. (…) Zo dacht men ook de mensen die stemden als groep de mogelijkheid te ontnemen zich te beschouwen als groep die bijeen werd gehouden door gedeelde belangen en zorgen. Ze werden gereduceerd tot allemaal individuele meningen, die werden losgekoppeld van het collectieve machtspotentieel van vroeger.
Hier wordt de veelgeroemde individuele vrijheid van de liberalen voor zover ik weet voor het eerst zo duidelijk als een reductie omschreven, als het verlies van context die aan het individu pas werkelijk waardigheid geeft. Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat de vrijheid die het liberalisme predikte, samenging met de teloorgang van humanistische waarden. Het individu is onder invloed van het neoliberalisme een lege huls geworden, een handelsartikel op zijn hoogst, met enkel altijd weer diezelfde vergoddelijkte markt als scherprechter over de waarde die het individu nog heeft. Clicks en followers. Maar wie in dit opzicht niet handig is, valt buiten de boot.
Een individu dat niks vertegenwoordigt, is niks. En een individu dat door geen politieke partij of stroming vertegenwoordigd wordt, voelt zich in de steek gelaten. De globalisering, de vrome leugen die ‘global village’ wordt genoemd (maar allesbehalve ‘village’ is en bovendien een hoge toegangsprijs vraagt), de ontkenning van de arbeidersklasse (u bent zelf verantwoordelijk voor uw situatie), en ja, ook al die stadse fratsen van lgtbq-plussers die er zelfs niet voor terugschrikken de taal te verkrachten omdat ze de bestaande persoonlijke voornaamwoorden als een affront ervaren – het draagt allemaal bij aan het gevoel van ontheemding en het gevoel veronachtzaamd te zijn, het gevoel niet meer mee te tellen. Je moet geen genie zijn om daar, electoraal gesproken en cynisch genoeg, ‘een gat in de markt’ te ontdekken.
Onlangs kwam ik een opmerkelijke passage tegen in Waarom we niets van de Oriënt begrijpen – en waarom we dat wel zouden moeten doen, een boek van oud VRT-journalist Dirk Tielemans uit 2022. Tielemans was directe getuige van de Iraanse revolutie in 1979; hij zat zelfs op het vliegtuig dat Khomeini van Parijs naar Teheran vloog. Net als vele anderen is het Tielemans al snel duidelijk dat de revolutie, de stichting van de eerste islamitische staat, uitloopt op een schrikbewind. Maar toch…
Nadat hij gelauwerd is voor zijn reportages uit Iran schrijft hij een opmerkelijk betoog, dat uiteindelijk in Humo terechtkomt. Hij stelt daarin dat Iran een land is dat door de sjah in de ‘computermaatschappij – de voorloper van de globalisering –’ terecht is gekomen en elk houvast dreigt kwijt te raken.
Ingewortelde tradities worden geweld aangedaan. De landbouw wordt vernietigd. De ambachten en de typische oosterse kleinhandel worden doodgedrukt. Het gevolg is aliënatie, ontwrichting. Miljoenen mensen raken er elk houvast kwijt in de bruuske, overweldigende sprong voorwaarts. Met hun revolutie proberen ze te beletten dat hun maatschappij nog verder wegdrijft van haar oorsprong en wordt verzwolgen in de vervreemdende vaart der volkeren. (…) Ook ik draai in een mallemolen en weet soms niet meer hoe ik het nog besta. Dan overvallen me pijn en angst. Dan lijkt het me goed dat er toch al één volk op de wereld niet langer wil meedraaien en een andere weg zoekt. Dan denk ik ook de inhoud van de Iraanse Revolutie begrepen te hebben ondanks het religieus fanatisme.
Uiteraard doet het stuk stof opwaaien. Het is op een haar na een rechtvaardiging van de Iraanse Revolutie, terwijl Tielemans daar niet op uit was. Hij zocht alleen naar een niveau waarop het hem mogelijk was die revolutie te begrijpen. En hij staat daarin niet alleen. Ook Michel Foucault deelt met hem de opvatting dat we door de globalisering onze identiteit, onze eigenheid, onze volksaard verliezen, zo citeert Tielemans de Franse filosoof die hij rond die tijd regelmatig spreekt. ‘Volgens hem zijn de Iraniërs de eersten die daaraan zijn ontsnapt en sinds hun revolutie hun eigen weg gaan’ (Tielemans, 105).
Dat verlies van identiteit is in de bondslanden die voorheen de DDR vormden in ieder geval behoorlijk groot. Ik heb hier al meermalen auteurs geciteerd die daar aandacht voor vroegen (Dirk Oschmann, Daniela Dahn, Moritz von Uslar). Met name de cijfers over inkomensverschillen tussen voormalig oost en west, over verschillen in pensioenen en (de mogelijkheid om) eigen vermogen (op te bouwen), en ook het feit dat alle sleutelposities zowel in de industrie en handel als in de universitaire wereld door voormalige Wessies worden bezet, maar vooral de westerse eis dat ‘die uit het Oosten’ zich moeten ‘normaliseren’, maken in de boeken van deze auteurs indruk. Maar ook Juli Zehs roman Über Menschen brengt de dagelijkse praktijk in het oosten op ontnuchterende wijze in beeld. Zoals ikzelf in De vrouw die niet bestond de noodzaak van het hebben van een eigen verleden in verband bracht met juist de diefstal van dat verleden in de voormalige DDR. Zonder verworteling is vrijheid niet mogelijk.
In het huidige klimaat betekent alleen al het citeren van dergelijke auteurs dat je ervan verdacht wordt de aloude DDR, de ‘Unrechtstaat’, te willen verdedigen, maar net als bij Tielemans en de Iraanse Revolutie gaat het daar niet om. Het gaat om het begrijpen van de woede, de existentiële onrust, ja wellicht inderdaad ‘de pijn en angst’ van een volksdeel dat zich niet vertegenwoordigd voelt door de huidige politiek. Een ‘consumens’ is geen mens.
Tegelijkertijd zie ik natuurlijk hoe ik door deze bedenkingen alleen nog maar te maken, door de nadruk te leggen op het begrip dat we moeten hebben voor mensen die zich door de neoliberale gesel van hun gemeenschap beroofd voelen, een pad opga waarop ik mezelf nooit wil tegenkomen. Zij die ‘de pijn en de angst’, het onbehagen exploiteren om een claustrofobische, racistische, op een bepaald soort enge zuiverheid gebaseerde identiteit te vestigen dienen met pek en veren overgoten het land uitgezet te worden. Dat ze zich een langzaam wegzinkend eiland zoeken in de één of andere zee of oceaan. Want het ‘eigene’ van de eigen (culturele of sociale) identiteit bestaat nog steeds bij de gratie van het ‘andere’ en de uitwisseling, soms confrontatie tussen het gekende en het andere. Het toverwoord daarbij is niet ‘uniformiteit’, maar juist ‘diversiteit’. Diversiteit kan niet bestaan zonder eigenheid.



Een gedachte over “De consumens en de Landeswahlen in Duitsland”