
Meestal weet ik het wel ongeveer: wat het omslag van mijn boek moet worden. ‘Iets met een hond’, zei ik toen in 2019 Zout ging verschijnen, en Annette Portegies van Querido vond de juiste foto. Ik had aanvankelijk gedacht aan een hond met ‘een martiale snor’, omdat dat schrikwekkende beest de omgeving van het fictieve Lende onveilig maakte, maar die snor leverde alleen schattige schnauzers op. Die neus was tien keer beter.

Het grappige van dit omslag is dat het in directe zin nauwelijks iets met het verhaal te maken heeft. Op Het huis van de zalmen prijkte een vissenstaart, als ik het me goed herinner: zelfs de staart van een zalm, maar dit boek gaat eigenlijk over het zoeken naar (zuiver) water, over alcoholmisbruik, ja ook over loslopende honden (en paarden), en over gaten in de grond. De illustratie die Paul Vandersteen destijds maakte bij de recensie in NRC vertelde meer over de inhoud van het boek dan deze neus.

Ook De vrouw die niet bestond heeft een omslag dat precies past. Ook hier heeft het rode haar eigenlijk weinig te maken met waar het boek over gaat – degene aan wie het boek zogezegd opgedragen is heeft lang rood haar – maar de schitterende foto die Uwe Neumann speciaal voor het omslag van Anette Daugardt maakte, liet toe om inderdaad alleen het haar in beeld te brengen en de vrouw aan wie het toebehoort in het duister te laten, zodat het beeld vanzelf een verbinding aangaat met de titel van het boek. Maar die vrouw met het rode haar is verder in het boek niet zo verschrikkelijk belangrijk.



Ook bij de dichtbundel had ik al snel zelf een afbeelding gevonden en ging de discussie daarna alleen nog over hoe de foto op het omslag moest, welke letters waar moesten staan, welke kleur de letters moesten hebben.
Met het nu in november te verschijnen Laatste man dreigde het een klein drama te worden. Het omslag moest er al zijn voordat het boek goed en wel klaar was. Voor de zomer moest er een tekstje én een omslag zijn voor de catalogus. Er werd een vormgever ingeschakeld die op basis van de informatie die hij gekregen had met een aantal ontwerpen kwam waar ik niks mee kon. Ik had het gevoel naar omslagen van cursusboeken te kijken. Zelf had ik al langere tijd het idee om op het omslag een sliding van een verdediger op de bal af te beelden, mogelijkerwijs met daarachter nog de aanvaller. Ik wilde ook wat opspattende graspollen. De foto vond ik snel, niet in de laatste plaats omdat ik voor de roman het nodige onderzoek moest doen naar de figuur van Coen Moulijn, de voetballer die in het eerste hoofdstuk van het boek een belangrijke rol speelt. Ik vond een persfoto waarop een verdediger met een sliding nu juist Coen Moulijn van de bal weet te houden. Ik wilde niet dat alles op de foto zichtbaar was; ik zag het beeld van de sliding meer als een abstract beeld dat verwees naar de defensieve levenshouding van de hoofdpersoon van de roman.
Dat leverde veel discussie op met Querido. Maakte die afbeelding van het boek niet toch te veel een ‘voetbalboek’? Was dit wel een ‘literaire cover’? De vormgever maakte verschillende ontwerpen, maar uiteindelijk kon alleen het ontwerp dat ook daadwerkelijk in de catalogus terecht kwam mij werkelijk bekoren. Querido ging aarzelend overstag. Ik heb het hier al eerder laten zien:

Toen het boek af was, mijn eerste lezers het gelezen hadden, was één van de opmerkingen die ik kreeg: die cover moet anders. En toen één schaap over de dam was, volgden er meer. Zelfs de liefste zei nu: ik geloof niet dat ik dit boek in de boekhandel op zou pakken. En iemand die van voetballen houdt, pakt het misschien wel op, maar legt het na het lezen van de tekst op het boek meteen weer weg. Ik moest iets anders verzinnen, vond men.
Ik kreeg meteen een ander idee. In het boek is sprake van een ziekenzaal in een kinderziekenhuis, waarin allemaal bedden staan met van die hekken die je hoog kunt optrekken. Dat was in de jaren zestig van de vorige eeuw nu eenmaal het kinderbed. Er is sprake van twee jongens die in het ziekenhuis met elkaar voetballen. Met een oranje bal. Dat verklaart al de oranje bal op het eerste omslag, maar ik dacht: als ik nu die bal in zo’n bed leg, wat levert dat dan op?
Dus zocht ik naar foto’s van ziekenhuisbedden voor kinderen uit de jaren vijftig/zestig, vond er één op een tweedehandssite, trok die onbeholpen over en kriebelde een oranje bal in bed:

‘Zoiets’, zo liet ik Querido weten. Maar omdat dit wel heel onbeholpen was, besloot ik me te wagen aan ChatGPT. Maak ’s een foto van een zus-en-zo’n bed met een oranje bal erin. Ik liet het programma dat nog een aantal keren doen, telkens met de vraag kleine wijzigingen aan te brengen, het licht te veranderen, de plotseling op een leeggelopen ballon lijkende bal weer gewoon netjes rond te maken, de plotseling buiten de spijlen van het bed zwevende bal weer in het bed te deponeren, nog eens het licht te veranderen, het bed een beetje meer verweerd te maken, de vloer te laten glanzen. ChatGPT kwam uiteindelijk met dit:

Als concept, als iets om op door te denken, leek me dit niet gek. Querido schakelde (en ik meende ze tot in Gent te horen zuchten) nog eens de vormgever in, die echter in dit concept niks zag, het lelijk vond, geloof ik zelfs, en er iets mee deed waarmee ik vervolgens weer helemaal niets kon. Ik had deze afbeelding intussen ook al eens losgelaten op intimi en zelfs mij onbekende mensen, en de reacties erop waren gemengd, waardoor ik toch ook weer begon te twijfelen of dit wel het juiste beeld was. Of ik ooit een beeld zou vinden dat paste. Ik kreeg het gevoel dat het moment voor ‘het juiste beeld’, het beeld waarvan je direct, haast intuïtief weet: dit is ‘m, gepasseerd was, dat alles vanaf nu moeizaam zou zijn en moeilijk en problematisch zou blijven. Ik begon te verlangen naar een louter typografische cover. Ik geloof dat Querido én de vormgever opgelucht adem hebben gehaald toen ik zei dat dat misschien dan toch het beste was.
En het is het beste. Het reduceert het boek niet al op voorhand tot iets wat het maar zeer ten dele is; het interpreteert niet, zoals alle andere ontwerpen voor dit boek tot nu toe wel deden. Ik kan nu met een gerust hart verder met het doorvlooien van de eerste drukproef die inmiddels binnenkwam. Het wordt een mooi boek. Een goed boek zelfs. Geloof me maar.