
Het is inmiddels alweer jaren geleden dat ik het DDR-Museum in de Karl-Liebknecht-Straße in Berlijn bezocht. Ik herinner me niet meer of ik toen al zo op mijn qui-vive was als een paar jaar later in het Tränenpalast aan de Friedrichstraße, de bekende voormalige grensovergang. Daar vertoonde men twee filmpjes van hetzelfde voorval, één vanuit het perspectief van de media in de DDR, één uit het Westers perspectief. Het was niet de bedoeling dat je bij die beide filmpjes ging staan filosoferen over journalistieke waarachtigheid, het streven naar objectieve verslaggeving en de onvermijdelijkheid van toch een subjectieve insteek bij het verslaan van gebeurtenissen in de wereld. Het was de bedoeling dat je tot de conclusie kwam dat de DDR-pers leugens had verkocht. Ik denk dat dat klopt, maar ik verdom het om de westerse versie tot de enige waarheid te verheffen. Die was minstens even gekleurd.
In het DDR-museum trof ik een video aan waarop, als ik het me goed herinner, niet veel meer dan wat Berlijnse stadsbeelden te zien waren. Onder die beelden weerklonk het ‘Auferstanden aus Ruïnen’, een lied gecomponeerd door Hanns Eisler, met een tekst van Johannes Becher. Het is bekend dat de tekst in de eerste acht regels van elke strofe de versmaat volgt van het volkslied van de BRD. In plaats van de oorspronkelijk door Joseph Haydn gecomponeerde melodie, laat zich het West-Duitse volkslied dus ook op de melodie van Eisler zingen, en omgekeerd, het Oost-Duitse op die van Haydn.
In het DDR-museum bevond zich onder het scherm een rode knop. Bij die knop stond (ik weet het niet woordelijk meer) dat zodra je de tekst aanstootgevend vond, je op die rode knop kon drukken om het lied te onderbreken. Ik voelde geen behoefte ook maar een enkele keer te drukken.
Een rode knop om bij aanstootgevende passages in het West-Duitse, en inmiddels (ondanks verzoeken van de voormalige DDR om ‘Auferstanden aus Ruinen’ als nieuw volkslied voor heel Duitsland te nemen) West- én Oost-Duitse, zeg maar: het Duitse volkslied te onderbreken, was er niet, maar dat is natuurlijk omdat uit de tekst van dat volkslied na de Tweede Wereldoorlog een paar van de meest aanstootgevende strofes taboe werden verklaard (het beruchte ‘Deutschland über alles’).
In 2013 zong ik in een koor. Dat viel me niet mee. Het repertoir was niet alledaags, maar eerder hedendaags, en ik had nooit goed noten leren lezen in een bas- of F-sleutel.

Ik weet wel dat het een kwestie van omzetten is, maar ik raak altijd enorm in de war van transponeren. De viool- of G-sleutel lees ik moeiteloos, maar ik schijn maar niet van het één naar het ander te kunnen komen. De moeite die het me zou kosten om dat wel te kunnen, stuit op innerlijke weerstand.

Juni 2013 werd ons koor, samen met nog drie andere koren uit Gent, uitgenodigd om één groot achtergrondkoor te vormen bij een concert van Poing , een Noorse groep muzikanten, aangevuld met zangeres Maja S.K. Ratkje, die in het kader van honderd jaar Vooruit Gent kwamen optreden. Er stonden (uiteraard) voornamelijk socialistische liederen op het programma, de Internationale natuurlijk, zelfs het Russisch volkslied, wat liederen uit de Dreigroschenoper van Brecht en Kurt Weil. Maar ook het Oost-Duitse volkslied.





Dat laatste lied begon echter met een ander lied – Kinderhymne van Brecht en Eisler, en ging vandaar over in het volkslied van de DDR. Of liever, de beide liederen waren van meet af aan muzikaal door elkaar geweven. Van Kinderhymne is bekend dat het expliciet was geschreven als kritiek op het Deutschlandlied. Het ontstond in 1950, toen de toenmalige kanselier Konrad Adenauer bij een bepaalde gelegenheid voor het eerst de dérde strofe van het Deutschlandlied liet zingen (en daarmee dus het eerste met zijn ‘Deutschland, Deutschland über alles’ als het ware in de ban deed). Het is tot op de dag van vandaag de tekst van het Duitse volkslied (beginnend met ‘Einigkeit und Recht und Freiheit’).
Ik bezit nog een opname van een repetitie voor het concert in de Vooruit. De geluidskwaliteit is niet geweldig; en er zit aan het einde een wat onnatuurlijke coupure, duidelijk toegevoegd door degene die de opname heeft gemaakt, waarschijnlijk omdat de pauze, nee, de absolute stilte die daar moest klinken, tijdens de repetitie niet klonk – sommigen zongen te lang door, en al was het maar een fractie van een seconde: daar zou stilte klinken, zo decreteerde de band (ik herinner me dat het even duurde voor we dat juist hadden):
Dit stamt dus uit juni 2013.
Kinderhymne, dat ik weer vanonder het stof haalde toen ik bezig was aan mijn roman De vrouw die niet bestond (2022), en ook gebruikte als achtergrond in de trailer die ik voor dat boek maakte (zie hier), heb ik altijd begrepen als alternatief voor de beide Duitse volksliederen die voor 1989 gespeeld werden, en ik heb, sinds ik het ken (vanaf 2013 dus pas), altijd het gevoel dat men bij de eenwording in 1991 een kans heeft gemist door niet dit lied tot nieuw volkslied van het verenigde Duitsland te maken.
Vandaag is het 35 jaar geleden dat de Muur viel. Reden voor mij om het lied ook zelf nog eens aan te heffen, gewoon omdat het mooi is, zowel in zijn intentie als muzikaal gesproken.