
Vaak kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat getouwtrek rond bepaalde wetten voortkomt uit (al dan niet moedwillig) verkeerd begrepen vooronderstellingen. Neem nu het gedoe rond de natuurherstelwet die zojuist in het Europees Parlement met een uiterst krappe meerderheid werd aangenomen.
We hadden al premier De Croo die, na de Franse president Emmanuel Macron en de altijd graag dwarsliggende Vlaamse minister van Omgeving Zuhal Demir, even op ‘de pauzeknop’ wilde drukken, hoewel het als het om het milieu gaat hoogstens nog 15 seconden voor twaalf is. Vervolgens waren het de christendemocraten die met leugens over dreigende voedseltekorten en banenverlies trachtten de natuurherstelwet tegen te houden. Voor hen was het natuurlijk lastig om toe te moeten geven dat de wet vooral tracht te herstellen wat het beleid dat decennialang onder hun verantwoordelijkheid werd gevoerd, teweeg heeft gebracht: de vernietiging van ecosystemen.
Wie de debatten een beetje volgde, kon de indruk krijgen dat het ging om een ouderwets rondje zwartepieten: wie is er uiteindelijk schuldig aan de deplorabele staat van onze natuur. Als je de christendemocraten mocht geloven, werden de boeren tot zondebok gemaakt. Of de christendemocratische fractie in het Europees Parlement haar leugenachtige discours ook afstak om electoraal gewin – het valt niet uit te sluiten. Uit de afbrokkeling van de christendemocratie overal in Europa kun je immers afleiden dat ‘de traditionele achterban’ die de boeren altijd waren, inmiddels voor andere partijen koos.
Maar eigenlijk is de natuurherstelwet niet alleen een correctie op het landbouw- en industriebeleid uit de laatste halve eeuw. Ze gaat verder dan dat. Ze bekritiseert de uitgangspunten van de Europese Unie zelf: het rigoureus liberale discours dat boeren en bedrijven dwong tot winstmaximalisatie. Vrijheid was bij het ontstaan van wat uiteindelijk de EU zou worden niet onbelangrijk, maar van meet af aan werd die vrijheid vooral economisch uitgelegd. De vrijheid in een meer ideële zin bleef altijd een bijproduct van de vrije handel. En die vrije handel werd een keurslijf voor boer, industrieel en burger.
Dat het economische het belangrijkste was, bleek ook al uit het feit dat de Raad van Europa het in 1950 nodig vond om een ‘Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens’ aan te nemen. Waarom dat nodig was, als er in 1948 door de Verenigde Naties al een Universele Verklaring van de Rechten van de Mens was opgesteld? Wie het Europese beschermingsverdrag vergelijkt met de oorspronkelijke verklaring, ziet dat Europa alle meer sociale aspecten (het recht op werk, huisvesting, sociale zekerheid, op cultureel leven, vrije tijd en vakantie, op medische zorg en sociale bijstand, op onderwijs voor iedereen) uit het verdrag heeft geschrapt.
Het recht op een gezonde leefomgeving is nooit een prioriteit geweest voor Europa. Voor de winstgevendheid van industrie en landbouw mochten best wat mensen sterven. En dieren. Hele ecosystemen. Het heeft de natuurherstelwet noodzakelijk gemaakt. Maar als men niet beseft dat de wet eigenlijk pleit voor een drastische ideologische heroriëntering, voor een ander fundament voor Europa, zal zij een doekje voor het bloeden blijven.

Een gedachte over “Vandaag in DSAvond: Natuurherstel”