De Bruiloft ⎪ Fernand Léger

Naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Fernand Léger. Schoonheid alom’ nodigden deBuren en BOZAR vijf auteurs uit om in gesprek te gaan met de werken van de kunstenaar. Ik schreef het verhaal achter ‘De bruiloft’. Ook te lezen op de site van deBuren.

Onder de oorspronkelijke tekst ook nog de Engelse vertaling van Hester Velmans.

33992965_1714537328623906_6286989234012160000_n

960x_5b05129429b775c203c65dc0a7d4c0cc508280e8402b3

De bruiloft

Hoe elk moment ons openlegt om opnieuw te worden verzameld tot onszelf. Ik was dat meisje, ooit, onder de sterren. Ik dacht: ik adem heel de avond in. Het koele gras onder mijn naakte schouderbladen, de weeë geur van mest en vruchtbegin. Ik zag die dag in de boomgaard vlinders zich bedrinken aan het gistend fruit onder de bomen. En toen de avond viel en ik daar lag tussen de hemel en het gras, was ik bijna aan mijzelf ontkomen. Ik was zo licht, mijn lief, zo licht, ik was een dronken vlinder in de wind.

— Waar ging je heen?

Ik keerde terug. De nachtlucht en de koude grond.

— Je was nog kind.

Maar anders dan daarvoor. Alsof ik daar opnieuw ontstond.

 

Soms zoek ik zo je mond, als meisje nog, als lichaam dat niets anders wil dan zijn, dan huid en haar, dan wat mij van jouw lichaam naderkomt door je te kussen, je zo te kussen. Soms kom ik daar bijna aan, in wat ons samenbrengt daartussen: een ander lijf, een zachter tasten, een hand die zich vergist van hand, een ogenblik waarin ik meer ben dan het kind, en jij niet langer aan de overkant, maar haast in mij als ik in jou — ontdaan.

— Je bent een vrouw.

Nee, dat is het niet. Ik ben het meisje dat weer samenkomt tot mij.

— Je bent een vrouw.

Dat wil ik niet

 

Ik weet het wel. Wat zich niet tijdig sluit wordt uit elkaar gerukt, ontveld. De vrijers staan in drommen voor de deur en in mijn huwelijkskleed ben ik nog naakter dan mezelf. Een tweede huid van kant en zijde, maar zij verhult mij niet. Zij deelt mij op in borsten, benen, dijen. Ik ben begeerte, verspreid onder de gasten en er is niemand meer die mij nog ziet. Hoe kom ik ooit nog samen in wat mij zo verliet?

— Je ziet er prachtig uit.

Maar ik ben het niet, mijn lief, ik kan mij zo niet meer verlaten.

— Je bent mijn bruid.

Ik ben je bruid. De nachtlucht en de koude grond.

Beeld Fernand Léger, De bruiloft, 1911-1912. Centre Pompidou, Paris – Musée national d’art moderne/Centre de création industrielle © Centre Pompidou, RMN-Grand Palais / Agence Bulloz © SABAM Belgium 2018. 

Deze tekst is ook te lezen in Proza voor Fernand Léger, dat opgenomen is in de bezoekersgids van de tentoonstelling. Tijdens de nocturne op dinsdag 29 mei leiden de vijf auteurs bezoekers rond langs hun favoriete werk van de tentoonstelling en stellen ze hun teksten voor. Deze literaire nocturne is een coproductie van Vlaams-Nederlands huis deBuren en BOZAR.

————————–

The Wedding
How every instant opens us up to gathering us unto ourselves again. I was that girl once, that girl under the stars. I thought: I am breathing in all the night. Under my naked shoulder blades I felt the grass. A faint smell of dung and something overripe. In the orchard that day I saw butterflies getting drunk on the fermenting fruit beneath the trees. And when night fell and I lay there between the heavens and the grass, I almost managed to escape. To flee. I was so light, my love, so light, like a besotted butterfly fluttering in the wind.
Where did you go?
I returned. The night air and the barren ground.
You were still a child.
But different than before. As if there I emerged newly found.
Sometimes I search for your mouth like that, a girl still, a body that wants nothing but to be, just hide and hair, nothing but what of you draws me near when I kiss you, I kiss you dear. Sometimes I almost disappear into what unites us there: a different body, a softer touch, a hand mistaken for another hand, an instant when I’m more than just a child, and you no longer on the other side, but almost within me as I within you — unhinged.
You are a woman.
No, that isn’t it. I am the girl that was gathered unto me.
You are a woman.
I don’t want to be.
Oh, I know. That which doesn’t heal in time, is ripped apart, skinned alive. The suitors throng outside the door and in my wedding gown I am naked more than I ever was before. A second skin of lace and silk, but it does not hide me. It sorts me into breasts and legs and thighs. I am desire, diffused among the guests, and there’s no one left who sees me any more. How can I ever be restored to what has left me like this?
You look beautiful.
But it’s not me, my love, I cannot break free of myself if this is what I am compelled to be.
You are my bride.
I am your bride. The night air and the barren ground.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s